Musée : Charleroi « Adrien Nuttens » vendredi 3 février

suite à venir Lire la suite

Musée : Wiertz ce mardi 7 février

 

 

Lire la suite

Musée : Hans Haacke

Lire la suite

Musée : James Lee Byars

Lire la suite

Musée : Thomas Hirschorn

Lire la suite

Musée : Oldenburg « Mouse Museum »

 

Lire la suite

Musée : article de Joris D’hooghe

Action Musée sans Musée

De paradox van het museum zonder museum

Joris D’hooghe Context & beleid

 

Nr. 50 januari – februari 2012

 

Sinds Michel Draguet begin 2011 de sluiting van het departement Moderne Kunst van zijn Brusselse KMSKB aankondigde, wordt het culturele discours in de hoofdstad beheerst door een levendig museumdebat. Het terechte ongenoegen werkt niet het minst door op het politieke niveau, waar plannen voor de oprichting van een nieuw Brussels museum voor moderne en hedendaagse kunst steeds duidelijker vorm krijgen. Maar bij alle partijen, waaronder ook de niet-politieke actiegroep museumzondermuseum, wordt de agenda steeds onduidelijker. Wat heeft de geschiedenis ons geleerd?

 

Politics, n. Strife of interests masquerading as a contest of principles

 

Ambrose Bierce

 

Een onderbouwde, toekomstgerichte reflectie over de Brusselse museumsituatie in een ruimere context blijft uit

 

Mei 1968. Terwijl de aardbol vuur vat, legt een groep Brusselse kunstenaars bezettingsgewijs beslag op de hal van het Paleis voor Schone Kunsten. In navolging van de roep om inspraak in het beleid die wereldwijd weerklinkt, eisen zij in een reeks vrije vergaderingen meer aandacht voor de kunst van hun generatie. De noodzaak tot de oprichting van een museum voor moderne kunst vormt de kern van hun betoog. In meer dan een opzicht vertoont dat historische feit een parallel met het huidige Brusselse museumdebat. Ruim veertig jaar nadat Roger Somville, Raoul D’Haese en Marcel Broodthaers zijn opgekomen voor de hedendaagse kunst, zet het Brusselse artistieke veld zich opnieuw in voor de oprichting van een museum. De plannen die vanuit politieke hoek geformuleerd worden, zijn bekend. Zo pleit Alain Courtois, kandidaat-burgemeester voor de stad Brussel, ervoor een nieuw filiaal van het Guggenheimbedrijf te vestigen aan de Heizelvlakte, en werkt een denktank rond Vlaams parlementslid Yamila Idrissi, kunsthistoricus Hans De Wolf en kunstenaar Luc Tuymans een voorstel uit naar het voorbeeld van de dynamische Kunstlager in Bazel. Beide initiatieven gaan uit van het probleem dat Brussel talloze private en publieke kunstcollecties omvat, die tot op heden verborgen blijven voor het grote publiek. De sluiting van het departement Moderne Kunst van de KMSKB wordt in zekere zin aangegrepen als de uitgelezen gelegenheid om de overheid attent te maken op het precaire karakter van de plaatselijke museale situatie.

 

 

In de marge van het politieke debat dat streeft naar een nieuwe instelling, weerklinkt het discours van de actiegroep museumzondermuseum, die in tegenstelling tot de politieke actoren weigert zich neer te leggen bij de sluiting van het departement voor Moderne Kunst. Gegroeid rond de spontane tegenreactie van kunstenaar Bernard Villers, deelt het zelfverklaarde collectief van misnoegde kunstliefhebbers met rigide regelmaat een museale prikstoot uit. Zich beroepend op de steun en sympathie van de Belgische tak van de International Association of Art Critics, verzamelt museumzondermuseum elke eerste woensdag van de maand in de KMSKB, om er in de vorm van een ludiek optreden telkens opnieuw de oorspronkelijke basiseis van Villers onder de aandacht te brengen: de onverwijlde heropening van het departement Moderne Kunst.

 

Ook hier zien we een parallel met de gebeurtenissen rond mei 1968. Marcel Broodthaers, die van het begin af aan betrokken was bij de bezetting van de Salle de Marbre van het Paleis voor Schone Kunsten, wierp zich destijds meteen op als onderhandelaar tussen de bezettende kunstenaars en de paleisdirectie. Nadat hij echter had vastgesteld dat de bezetters eerder vanuit opportunisme handelden en er niet op uit waren effectief het systeem door elkaar te schudden, nam Broodthaers afstand van de actie. Als tegenzet opende hij enkele maanden later het Musée d’Art Moderne, Département des Aigles, Section XIXième Siècle, een allegorische structuur in zijn eigen huis in de Brusselse Rue de la Pépinière. Daarmee stelde hij de verhouding tussen kunst en maatschappij werkelijk ter discussie.

 

De actiegroep museumzondermuseum leek aanvankelijk de verontwaardiging te delen die het Brusselse artistieke veld meteen overspoelde na de bekendmaking van Draguets beleidsbeslissing. De drijfveer van haar protest is echter steeds minder eenduidig. Een jaar na haar eerste wapenfeiten heeft de actiegroep weinig meer verwezenlijkt dan een zoveelste letterlijke herhaling van haar basiseis. Naast het feit dat een dialoog met de museumdirectie telkens opnieuw vakkundig wordt vermeden, blijft een onderbouwde, toekomstgerichte reflectie over de Brusselse museumsituatie in een ruimere context uit. Het betoog van museumzondermuseum blijft eenzijdig en reactionair.

 

 

In de kantlijn van zijn bijdrage aan de lezingenreeks Met nieuwsgierige blik van een aantal maanden geleden, reageerde departementshoofd Frederik Leen op de sluiting van het departement Moderne Kunst. Hij stelde dat de essentie van het museum als instituut niet terug te voeren valt op het gebouw dat de kunstwerken herbergt. Een scherpzinnige stellingname, waarmee Leen zich al dan niet bewust inschrijft in de traditie van museumdirecteuren die wel beschikten over een collectie, maar niet over een gebouw. Een traditie waarvoor Jan Hoet wellicht als een van de meest illustere exponenten geldt. Jarenlang ijverde hij bij de stad Gent voor een ruimte waar de werken van de Vereniging voor het Museum voor Hedendaagse Kunst konden worden ondergebracht. Alleen al met de intrinsieke paradox van haar naam getuigt de actiegroep museumzondermuseum van een andere zienswijze. Vooringenomen met de blinde eis de collectie moderne en hedendaagse kunst opnieuw onder te brengen in de ruimten van de KMSKB zonder meer, concentreert zij haar inspanningen eerder op de vorm dan op de inhoud. Met de omvorming van zijn huis tot museum maakte Broodthaers gebruik van de context en het moment, om een institutionele kritiek op de wereld te zetten die de paleisbezetters met hun acties nooit hebben weten te formuleren. Benieuwd of museumzondermuseum een kunstenaar voortbrengt die het voorbeeld van de meester volgt.

 

Joris D’hooghe is kunsthistoricus, met als onderzoeksdomein de avant-garde van de twintigste eeuw.
http://museesansmusee.wordpress.com/musee-sans-musee

Lire la suite

Musée : Discussions et films

MarcelBroodthaers1_2

MarcelBroodthaers2_2

Lire la suite

Musée : Godard

 

A travers un extrait du film Bande à part de Jean-Luc Godard nous pouvons voir que le musée du Louvre est utilisé de manière insolite comme terrain d’expression personnelle pour le cinéaste.

 

Dans cet extrait le musée n’apparait que quelques secondes.  La caméra parcourt le Louvre en vitesse et suit trois personnages courant à travers les galeries. Le public qui regarde les oeuvres est très surpris, un agent de la sécurité cherche à les arrêter. Les trois personnages sont bruyants et nuisent à la contemplation sereine des œuvres d’art par le public.

 

Le musée n’est plus un lieu de découverte des collections mais une aire de jeu. Les œuvres ne sont pas le sujet de l’extrait, c’est plutôt l’audace des personnages qui est mise en valeur.

musée du Louvre au pas de course en 9’ 45” (là où, dans la salle de cinéma, les Exemple pour ce qui est du musée : « les trois héros du film de Godard, Bande à part, qui font le pari de battre le record établi par un américain du nom de Jimmie Johnson qui aurait lui-même parcouru le musée du Louvre au pas de course en 9’ 45” (là où, dans la salle de cinéma, les spectateurs n’ont même pas cette possibilité, demeurant prisonniers du déroulement temporel du film, de l’objet temporel au sens husserlien que constitue le film). Pari encore battu, depuis, par les soixante-huitards de The Dreamers de Bernardo Bertolucci, et réactualisé, dans un cadre différent, celui du Museo Nacional de Arte de Mexico, par les trois ados de A Brief History of Jimmie Johnson’s Legacy de Mario Garcia Torres. » (JCM, Retour du futur, L’Art à contre-courant, Paris, è®e, 2010).

spectateurs n’ont même pas cette possibilité, demeurant prisonniers du déroulement temporel du film, de l’objet temporel au sens husserlien que constitue le film). Pari encore battu, depuis, par les soixante-huitards de The Dreamers de Bernardo Bertolucci, et réactualisé, dans un cadre différent, celui du Museo Nacional de Arte de Mexico, par les trois ados de A Brief History of Jimmie Johnson’s Legacy de Mario Garcia Torres. » (JCM, Retour du futur, L’Art à contre-courant, Paris, è®e, 2010).

 

Lire la suite

Musée : « visite du Louvre » Cézanne par Huillet/Straub

Lire la suite